Blockchain Stories
donderdag 1 oktober 2026 BTC -- / --
🔍

Nederlandse crypto bezitters vrezen 36% belasting op ongerealiseerde winst

Maak Blockchain Stories een voorkeursbron op Google
Moet je vanaf 2028 jaarlijks belasting betalen over ongerealiseerde cryptowinst?
Moet je vanaf 2028 jaarlijks belasting betalen over ongerealiseerde cryptowinst?

De Nederlandse plannen voor een nieuw box 3 stelsel zorgen voor onrust onder beleggers in crypto, goud en zilver. Een van de scenario’s die het kabinet onderzoekt, kan ertoe leiden dat bepaalde financiële instrumenten vanaf 2028 pas bij verkoop worden belast, terwijl andere bezittingen jaarlijks worden belast over de waardestijging, ook wanneer die winst nog niet is gerealiseerd.

Het gaat daarbij niet uitsluitend om Bitcoin of andere crypto in een eigen wallet. Ook fysiek goud en zilver en mogelijk andere beleggingen die fiscaal niet als financieel instrument kwalificeren kunnen met vermogensaanwasbelasting te maken krijgen. Bij crypto die via een broker of cryptoplatform wordt aangehouden, is de juridische kwalificatie van de belegging bepalend. Het enkele feit dat crypto bij een broker staat, betekent dus niet automatisch dat vermogenswinstbelasting van toepassing wordt.

https://x.com/wmiddelkoop/status/2105058665111965889?s=20

De discussie kreeg dinsdag extra aandacht nadat onder anderen belegger en auteur Willem Middelkoop, crypto analisten Peter Slagter en Bert Slagter en andere Nederlandse beleggers zich op X kritisch uitlieten over de mogelijke gevolgen.

In het kort

  • Het kabinet onderzoekt verschillende scenario’s voor de toekomst van box 3. Er is nog geen definitieve keuze gemaakt.
  • In een van de scenario’s komt vanaf 2028 vermogenswinstbelasting voor alle financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties.
  • Bezittingen die daar niet onder vallen, kunnen voorlopig onder vermogensaanwasbelasting terechtkomen. Daarbij wordt ook ongerealiseerde waardestijging jaarlijks belast.
  • Dit kan relevant zijn voor crypto, fysiek goud en fysiek zilver.
  • Crypto aanhouden bij een broker betekent niet automatisch dat sprake is van een financieel instrument. Een Bitcoin ETF of ander beursgenoteerd product kan fiscaal en juridisch anders worden behandeld dan rechtstreeks aangehouden Bitcoin.
  • Het box 3 tarief bedraagt momenteel 36%. Dat betekent niet dat 36% van de waarde van de belegging wordt belast, maar dat het tarief wordt toegepast op het belastbare box 3 inkomen.

Mogelijk twee regimes voor vergelijkbare beleggingen

De discussie draait om de Wet werkelijk rendement box 3, die vanaf 2028 het huidige stelsel zou moeten vervangen. Het wetsvoorstel is in februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer, maar de behandeling door de Eerste Kamer is aangehouden. Het kabinet onderzoekt inmiddels meerdere mogelijkheden voor de verdere vormgeving van het stelsel.

Een van die mogelijkheden, scenario 4 uit de Kamerbrief van september 2026, is om vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting toe te passen op alle financiële instrumenten. Daaronder noemt het kabinet onder andere aandelen, obligaties en opties. Vanaf 2030 zou vervolgens een volledige vermogenswinstbelasting voor de overige vermogensbestanddelen moeten volgen.

Dat onderscheid kan grote gevolgen hebben voor alternatieve beleggingen.

Onder een vermogenswinstbelasting wordt de waardestijging in principe belast wanneer deze wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop. Onder een vermogensaanwasbelasting telt de waardestijging ieder jaar mee, ook wanneer de belegger helemaal niets heeft verkocht.

Daardoor kunnen economisch vergelijkbare beleggingen tijdelijk anders worden behandeld.

Iemand die bijvoorbeeld fysiek goud bezit, kan onder een vermogensaanwasbelasting jaarlijks worden belast over de waardestijging. Wie blootstelling aan goud heeft via een financieel instrument dat onder het voorgestelde vermogenswinstregime valt, zou in scenario 4 mogelijk pas bij realisatie belasting betalen.

Voor Bitcoin en andere crypto kan een vergelijkbaar verschil ontstaan. Rechtstreeks aangehouden Bitcoin is niet automatisch een financieel instrument zoals bedoeld in de Kamerbrief. Dat geldt zowel wanneer iemand de Bitcoin zelf bewaart als wanneer de munten via een cryptoplatform worden aangehouden.

Een Bitcoin ETF of ander financieel instrument dat de koers van Bitcoin volgt, kan daarentegen wel binnen het regime voor financiële instrumenten vallen.

De discussie gaat daarmee breder dan alleen self custody.

Willem Middelkoop waarschuwt ook voor goud en zilver

Belegger en Commodity Discovery Fund oprichter Willem Middelkoop wees dinsdag op X nadrukkelijk op de mogelijke gevolgen voor alternatieve beleggingen.

Volgens Middelkoop kan een situatie ontstaan waarbij fysiek goud en zilver en rechtstreeks aangehouden crypto jaarlijks worden belast over ongerealiseerde waardestijgingen, terwijl bepaalde ETF’s en beleggingsfondsen pas bij gerealiseerde winst worden belast.

Middelkoop ziet daarin een prikkel om vermogen binnen het traditionele financiële systeem te houden. Hij verwees in zijn bericht ook naar crypto analist Bert Slagter.

Die interpretatie is op dit moment geen vaststaand belastingregime. Het kabinet heeft nog geen definitieve keuze gemaakt uit de verschillende scenario’s en de precieze afbakening zal afhangen van de uiteindelijke wetgeving.

Peter Slagter vergelijkt voorstel met Operation Choke Point

Ook crypto analist Peter Slagter, bekend van Bitcoin Alpha, Satoshi Radio en BNR, uit stevige kritiek op de mogelijke uitwerking van de plannen.

Slagter, die op X actief is onder de naam @pesla, trekt een vergelijking met Operation Choke Point. Daarmee verwijst hij naar de discussie in de Verenigde Staten over de toegang van cryptobedrijven tot traditionele financiële dienstverlening.

Volgens Slagter kan een fiscaal onderscheid tussen financiële instrumenten en rechtstreeks aangehouden crypto ertoe leiden dat Nederlandse beleggers fiscaal worden gestimuleerd om voor traditionele financiële producten te kiezen.

Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat rechtstreeks Bitcoin bezitten fiscaal anders kan uitpakken dan blootstelling aan Bitcoin via een beursgenoteerd financieel product.

Voor cryptobedrijven die zich richten op het rechtstreeks kopen en bewaren van Bitcoin of andere crypto kan dat een concurrentienadeel opleveren ten opzichte van aanbieders van traditionele financiële instrumenten.

Ook Bert Slagter mengt zich in discussie

De discussie binnen de Nederlandse cryptosector richt zich vooral op de vraag waarom de juridische vorm waarin iemand een belegging aanhoudt zo’n groot verschil zou moeten maken voor het moment waarop belasting wordt geheven.

Daarbij is het belangrijk onderscheid te maken tussen rechtstreeks aangehouden crypto en een financieel product met blootstelling aan crypto.

Wie bijvoorbeeld Bitcoin koopt bij een cryptobroker bezit, afhankelijk van de constructie van de aanbieder, rechtstreeks crypto of een aanspraak daarop. Dat wordt niet automatisch een financieel instrument doordat een professionele partij de crypto bewaart.

Wie via een traditionele broker een ETF, ETN of ander beursgenoteerd product koopt dat Bitcoin volgt, bezit juist een financieel instrument en niet noodzakelijk de onderliggende Bitcoin.

Precies dat onderscheid kan onder scenario 4 fiscaal belangrijk worden.

Fysiek goud en zilver hebben mogelijk hetzelfde probleem

De discussie beperkt zich daarom niet tot crypto.

Ook beleggers in fysiek goud en zilver kunnen met dezelfde problematiek te maken krijgen. In het wetsvoorstel zoals dat momenteel bij de Eerste Kamer ligt, vallen goud en zilver in beginsel onder de vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat waardestijging jaarlijks in het werkelijke rendement kan worden meegenomen, zonder dat het edelmetaal hoeft te zijn verkocht.

Stel dat iemand voor €100.000 aan fysiek goud bezit en de waarde in een jaar stijgt naar €120.000. Onder een vermogensaanwasbelasting is die €20.000 waardestijging onderdeel van het rendement van dat jaar, ondanks dat geen gram goud is verkocht.

Dat kan een liquiditeitsprobleem veroorzaken. De belegger heeft immers een waardestijging op papier, maar ontvangt geen geld waarmee de belasting kan worden betaald.

Bij een financieel instrument dat onder vermogenswinstbelasting valt, wordt de belasting over de waardestijging in beginsel uitgesteld totdat de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

Hetzelfde economische risico kan daardoor fiscaal anders worden behandeld afhankelijk van de gekozen constructie.

Crypto bij broker niet automatisch uitgezonderd

Een belangrijk misverstand in de discussie is dat crypto bij een bank of broker automatisch onder vermogenswinstbelasting zou vallen.

Dat volgt niet uit de huidige plannen.

Het kabinet spreekt in scenario 4 over een uitbreiding van de vermogenswinstbelasting naar “alle financiële instrumenten”, waarbij aandelen, obligaties en opties als voorbeelden worden genoemd. De locatie waar een belegging wordt bewaard is daarmee niet het doorslaggevende criterium.

Voor crypto betekent dit dat onderscheid moet worden gemaakt tussen de onderliggende cryptovaluta en financiële producten die blootstelling aan crypto bieden.

Bitcoin op een hardware wallet is Bitcoin. Bitcoin die voor een klant wordt bewaard door een cryptoplatform blijft in beginsel eveneens crypto. Een beursgenoteerd product waarmee een belegger de Bitcoinprijs volgt, kan daarentegen een financieel instrument zijn.

Daarmee is de tegenstelling eerder rechtstreeks aangehouden bezittingen tegenover bepaalde financiële instrumenten dan eigen wallet tegenover broker.

Nog geen definitief besluit over box 3 vanaf 2028

Daarbij moet worden benadrukt dat de situatie nog niet definitief is.

De Tweede Kamer heeft de Wet werkelijk rendement box 3 op 12 februari 2026 aangenomen. De Eerste Kamer heeft het voorstel echter nog niet definitief behandeld. Het kabinet heeft gevraagd de behandeling aan te houden terwijl wordt gekeken naar mogelijke aanpassingen.

In september presenteerde het kabinet vier scenario’s. Die lopen uiteen van invoering van het bestaande wetsvoorstel met verbeteringen tot het uiteindelijk volledig overstappen op vermogenswinstbelasting.

Scenario 4 is voor de huidige discussie het relevantst. Daarbij zouden financiële instrumenten vanaf 2028 onder vermogenswinstbelasting komen en de overige vermogensbestanddelen vanaf 2030.

Volgens het kabinet zou in dat scenario vanaf 2028 ongeveer 90% van het box 3 vermogen met waardeontwikkeling onder vermogenswinstbelasting vallen. Tegelijkertijd waarschuwt het kabinet dat deze optie uitvoeringsproblemen met zich meebrengt.

Voor crypto, fysiek goud en zilver is daarom nog niet definitief vastgesteld hoe de belastingheffing vanaf 2028 precies gaat uitpakken.

Wel maakt de discussie duidelijk dat de definitie van een financieel instrument een belangrijke rol kan gaan spelen. Niet alleen voor cryptobeleggers met een eigen wallet, maar ook voor mensen die rechtstreeks crypto kopen via een cryptobroker en voor beleggers die fysiek goud of zilver bezitten.

De komende politieke besluitvorming moet uitwijzen of dit tijdelijke verschil daadwerkelijk in de wet terechtkomt, of dat Nederland sneller overstapt naar een bredere vermogenswinstbelasting.

Vat dit artikel samen met AI

Geen financieel advies. Blockchain Stories biedt uitsluitend educatieve en informatieve content. Crypto assets zijn zeer volatiel en je kunt je volledige inleg verliezen. Doe altijd je eigen onderzoek. Lees onze volledige disclaimer.

Affiliate vermelding. Sommige links op deze site zijn partner/affiliate links. Als je je via zo'n link aanmeldt bij een partner, ontvangen wij mogelijk een commissie, zonder extra kosten voor jou. Dit beïnvloedt nooit onze berichtgeving. Lees onze redactionele richtlijnen.

Meer Regulatie Nieuws

Meer nieuws ›